Status: Afgerond in 2024: volledig rapport fase 1 en volledig rapport fase 2.
Uitvoerder: Wageningen University & Research (WUR)
Dit onderzoek heeft in beeld gebracht hoe er maatschappelijk draagvlak voor de sector behouden/verkregen kan worden voor de ontwikkeling van de melkgeitenhouderij. Daartoe zijn de belangrijkste randvoorwaarden bij provincies opgehaald en uitgewerkt in doelstellingen en KPI’s. Daarbij was het vertrekpunt certificering van individuele bedrijven, maar worden er ook mogelijkheden gezien voor een meer collectieve aanpak.
Conclusies:
Samenvatting fase 2:
De afgelopen jaren zijn er zorgen ontstaan over de gezondheidsrisico’s voor burgers die in de omgeving van geitenbedrijven wonen. Uit voorzorg zijn er ‘geitenstops’ ingesteld in de meeste provincies, waardoor de geitensector daar niet meer kan groeien en individuele geitenbedrijven zich heel moeilijk of helemaal niet meer kunnen ontwikkelen. Voor de sector en de individuele geitenhouder is het belangrijk dat er weer perspectief komt voor ontwikkeling van de bedrijven. De melkgeitensector is momenteel bezig met de ontwikkeling en implementatie van instrumentarium voor verdere verduurzaming. De sector ziet het belang van verduurzaming en beseft dat verdere ontwikkeling van melkgeitenbedrijven alleen mogelijk is met maatschappelijk draagvlak en binnen de kaders van beleid en wet- en regelgeving.
In dit rapport wordt op basis van onderzoek beschreven hoe dat instrumentarium eruit zou kunnen zien, in twee varianten: individuele bedrijfscertificering en collectieve verduurzaming. De geitensector zal deze voorstellen in een eigen plan moeten vertalen, proberen om daarvoor draagvlak te krijgen bij provincies en andere stakeholders en ten slotte moeten zorgen voor de implementatie van het instrumentarium.
Doel en aanpak
In de eerste fase van dit onderzoek in 2021-2022 zijn de maatschappelijke wensen en doelstellingen voor een verdere verduurzaming van melkgeitenbedrijven geïnventariseerd (Bondt et al., 2022). In de tweede fase van het onderzoek gaat het om de vertaling naar de praktijk: hoe kan deze verduurzaming concreet gerealiseerd kunnen worden? Hoe zou het instrumentarium eruit moeten zien? Daarbij is gekeken naar zowel het perspectief van de melkgeitenhouder als dat van de provincies. De doelstellingen uit Bondt et al. (2022) zijn in nauw overleg met de geitensector nader geconcretiseerd en met behulp van twee workshops met geitenhouders vertaald in kritische prestatie-indicatoren (KPI’s) en een voorstel voor borging. Door een goede borging moet gegarandeerd worden dat de beoogde verduurzaming in de praktijk ook daadwerkelijk gerealiseerd wordt. In een aantal interviews is vervolgens getoetst of de twee uitgewerkte varianten aansluiten bij de verwachtingen en behoeften van provincies.
Conclusies
Bij de ontwikkeling van de melkgeitenhouderij vinden provincies verduurzaming belangrijk voor het behoud van het maatschappelijk draagvlak voor de sector. In de praktijk richten gemeenten en provincies zich vooral op de wet- en regelgeving in het kader van de ruimtelijke ordening. Dat is hun eerste verantwoordelijkheid. Andere maatschappelijke issues die niet direct aan ruimtelijke ordening gerelateerd zijn, zoals bijvoorbeeld dierenwelzijn of antibioticagebruik, zijn niet de eerste prioriteit van gemeenten en provincies, maar kunnen toch een rol spelen bij de vergunningverlening.
De melkgeitenhouderij wil zelf initiatief nemen in het verder uitwerken van het instrumentarium voor verduurzaming. Melkgeitenbedrijven zullen zich op verschillende gebieden moeten onderscheiden: ze moeten een goede buur zijn, goed zorgen voor de dieren en zorg besteden aan natuur, milieu en landschap. Bondt et al. (2022) hebben dit verder uitgewerkt in negen doelstellingen. In dit rapport zijn zestien KPI’s voorgesteld, waarmee de verduurzaming kan worden gemonitord en geborgd. Daarbij gaat het om monitoring van ziekteverwekkers (bijvoorbeeld in tankmelk), metingen van geurhinder, geluidsoverlast en fijnstof, antibioticagebruik, sterftepercentages, levensduur van de melkgeiten, dierenwelzijnsscore (uit de welzijnsmonitor), aandeel kruidenrijk grasland, hectares natuur- en landschapsbeheer, eiwit van eigen land of uit eigen regio, carbon footprint, stikstof- en fosfaatoverschot, ammoniakemissie en energieopwekking.
Deze set van KPI’s moet nog verder worden uitgewerkt. De geitensector zou dit kunnen doen door aan te sluiten bij het KPI-K-project (zie KPI’s kringlooplandbouw op wur.nl), waardoor men direct ook verbonden is met de bij dat project betrokken deskundigen en overheden. Dat biedt mogelijkheden om vertrouwen te winnen, die de geitensector kan verzilveren door zelf bij de verduurzaming de regie te blijven nemen en transparant te zijn over zijn inspanningen op maatschappelijke speerpunten en uitdagingen.
Het vertrekpunt van dit rapport is certificering van individuele bedrijven. Daarnaast zou ook een meer collectieve aanpak mogelijk zijn, bijvoorbeeld door het stellen van extra collectieve duurzaamheidsdoelen voor de geitensector, boven op de landelijke wet- en regelgeving. Hier zou eventueel verbijzondering op provincieniveau aan kunnen worden toegevoegd en als laatste eisen aan duurzaamheidsprestaties voor individuele bedrijven waar nodig.
Zowel bij een privaat certificeringssysteem als bij een collectief programma is een adequate borging van de verduurzaming essentieel. Alleen als betrokken actoren (provincies, gemeenten, ngo’s, geitensector) vertrouwen hebben in elkaars functioneren en elkaars toegevoegde waarde zien, kan een hybride stelsel van publieke en private borging goed functioneren.
Een privaat certificeringssysteem (al dan niet in combinatie met een collectief duurzaamheidsprogramma) hoeft niet van meet af aan precies te formuleren welke niveaus van verduurzaming moeten worden behaald. Die verduurzamingsniveaus kunnen in een later stadium door de geitensector worden vastgesteld, in goed overleg met de betrokken overheden en andere stakeholders.
Aanbevelingen
Dit onderzoek naar de concrete uitwerking van toepasbaar instrumentarium voor verduurzaming leidt tot de volgende aanbevelingen aan de sector en andere stakeholders:
Financiering: PPS Versnelling verduurzaming melkgeitenhouderij
Meer informatie: artikel in het Vakblad Geitenhouderij (nummer 2, 2022).