Zorg voor jonge dieren

Diergezondheid

19 december 2022

Status: Afgerond in 2024: volledig rapport fase 1 en volledig rapport fase 2.

Uitvoerder: Gezondheidsdienst voor Dieren (GD)

Dit onderzoek had als doel de zorg voor jonge dieren op bedrijfsniveau meer inzichtelijk te krijgen en daarmee te verbeteren. Hiervoor is I&R data over de periode van 2016 tot en met 2021, data van voor én na de nieuwe I&R regelgeving, geanalyseerd. Aan de hand van de verkregen inzichten, ontwikkelde het onderzoeksteam een ‘LammerOpfokTool’ die geitenhouders een beeld geeft van hoe hun bedrijf het doet in de lammeropfok ten opzichte van andere bedrijven en wat nog verder verbeterd kan worden.

LammerOpfokTool:

De tool is gebaseerd op bestaande data die in het kader van wetgeving verplicht worden vastgelegd en omschrijft de kwaliteit van de lammeropfok op basis van sterftecijfers en antibioticagebruik voor lammeren in verschillende leeftijdscategorieën. Door bedrijfseigen cijfers samen met een benchmark terug te koppelen, krijgen melkgeitenhouders een beeld van de eigen prestaties, welke vergeleken kunnen worden met die van andere melkgeitenhouders.

De waarde van de LammerOpfokTool is het grootst op het moment dat data tijdig en volledig zijn vastgelegd. Een afname van kwaliteit van gegevensregistratie blijkt namelijk significant geassocieerd met een lagere lammersterfte. Hierdoor werd geconcludeerd dat signaal-, streef- en benchmarkwaarden niet zomaar kunnen worden bepaald voor alle Nederlandse melkgeitenbedrijven, omdat dit zou resulteren in een onderschatting van de lammersterfte op sectorniveau. Hier is bij de ontwikkeling van de tool rekening gehouden door bedrijven in te delen in kwaliteitsgroepen.

Er moeten nog een aantal stappen gezet worden om geitenhouders daadwerkelijk (half)jaarlijks een bedrijfsoverzicht te kunnen verstrekken uit de tool. Het Platform Melkgeitenhouderij gaat hier verder mee aan de slag.

Samenvatting (fase 2):

Ontwikkeling LammerOpfokTool

In de eerste fase van dit project is een verdiepende analyse uitgevoerd op I&R-gegevens om kengetallen te ontwikkelen die de lammersterfte in beeld kunnen brengen. Hieruit zijn vier kengetallen gekomen die een indicatie geven van de lammersterfte in verschillende perioden in het leven van het lam:

  • Het sterfterisico van lammeren van geboorte tot en met zeven dagen leeftijd
  • De sterfteratio van lammeren van twee tot en met drie weken leeftijd
  • De sterfteratio van lammeren tot het moment van spenen (vier tot en met zeven weken leeftijd)
  • De sterfteratio van gespeende lammeren van acht weken tot zes maanden leeftijd

Op basis van deze sterftekengetallen en gegevens over het antibioticagebruik bij lammeren in de leeftijdscategorieën tot 60 dagen en vanaf zestig dagen tot één jaar (Bron; MediGeit), is een eerste bedrijfsoverzicht, de zogenaamde LammerOpfokTool, ontwikkeld voor melkgeitenhouders. Via dit overzicht worden bedrijfseigen cijfers samen met een benchmark teruggekoppeld naar melkgeitenhouders zodat zij een beeld krijgen van de eigen prestaties en deze kunnen vergelijken met die van andere melkgeitenhouders. Zoals al uit Fase 1 naar voren kwam, blijkt er een grote variatie tussen bedrijven in de kwaliteit van registratie van geboorten en aan- en afvoermeldingen. De waarde van de LammerOpfokTool is het grootst op het moment dat data tijdig en volledig zijn vastgelegd. Daarom wordt geadviseerd de kwaliteit van de registratie van geboorten en aan- en afvoermeldingen terug te koppelen, zodat de veehouder een indruk krijgt van de betrouwbaarheid van zijn sterftecijfers en antibioticagebruik. Dit inzicht kan er tevens toe leiden dat de registratie van geboorten en aan- en afvoermeldingen sector breed verbetert. Wanneer de data van goede kwaliteit zijn kunnen geitenhouders met hun adviseurs de verschillende aspecten van hun opfok analyseren en bij afwijkende cijfers achterhalen wat de oorzaak is. Met het daaruit volgende advies kan de geitenhouder aan de slag om zijn lammeropfok te verbeteren.

Op basis van de feedback van enkele deelnemende geitenhouders, kwam naar voren dat zij zich niet herkenden in de classificatie van de parameter “Tijd tussen geboorte en moment van aanmelding”. Er werd aangegeven dat zij deze dagelijks invoerden in de gebruikte managementprogramma’s. De resultaten van dit onderzoek lieten zien dat enkel de 25% snelst registrerende bedrijven in de periode 1 juli 2022-30 juni 2023 de wettelijke registratietijd van zeven dagen haalden. De houders die aangegeven dat zij wel degelijk hun dieren binnen de wettelijk gestelde termijn registreren, maar niet als zodanig worden geclassificeerd, wordt aanbevolen om hun eigen registratie te controleren Bijvoorbeeld door de invoer in het managementsysteem te vergelijken met de registratie in de I&R-database.

Aanbevolen wordt om de sterftecijfers zowel op kwartaal- als op (rollend) jaarniveau naar de geitenhouders terug te koppelen. Door de sterftecijfers weer te geven op kwartaalniveau krijgt een veehouder sneller inzicht of er in bepaalde kwartalen een verminderde lammergezondheid speelde. Door tevens het aantal aanwezige lammeren per kwartaal weer te geven, wordt inzicht verkregen in hoeverre het sterftecijfer wordt beïnvloed door de lammerbezetting. Omdat de lammerperiode niet voor elke geitenhouder op hetzelfde moment start, is tevens een terugkoppeling van rollende jaarcijfers gewenst voor zowel bedrijfseigen gegevens als voor de benchmark. Zo kan elke geitenhouder zijn eigen prestaties vergelijken met de benchmark en wordt voor geitenhouders inzichtelijk gemaakt waar zijn sterke en verbeterpunten liggen in de lammeropfok. Aanbevolen wordt om de benchmark voor wat betreft de sterftecijfers te baseren op bedrijven met een goede kwaliteit van registratie aangezien de werkelijke sterfte op geitenbedrijven het beste wordt benaderd op basis van deze cijfers.

Voor wat betreft het antibioticagebruik, bleek dat bij 25% van de berekende dierdagdoseringen <60 dagen deze de zestig overschreed. Deze extreem hoge waarden kunnen worden veroorzaakt doordat 1) een koppelbehandeling is ingezet, waarbij het middel is geregistreerd op enkel de jongste leeftijdscategorie en/of 2) niet alle jonge dieren in deze leeftijdscategorie in I&R worden geregistreerd (bijvoorbeeld de behandeling van niet-geoormerkte lammeren die uiteindelijk sterven) en/of 3) dat een gehele verpakking van een middel wordt afgenomen dat niet volledig wordt ingezet. Geadviseerd wordt om dergelijke uitschieters terug te koppelen naar individuele melkgeitenhouders, zodat zij bewust worden van hiaten in de medicijnregistratie- en/of registratie van lammeren in I&R en op basis hiervan actie kunnen ondernemen om betrouwbaardere cijfers te genereren.

Wat ook opviel was dat op ongeveer 30% van de bedrijven geen antibioticaleveranties geregistreerd stonden bij lammeren in de leeftijd<60 dagen, terwijl er wel dieren in deze leeftijdscategorie aanwezig waren. Het lijkt onwaarschijnlijk dat op al deze bedrijven geen antibiotica is gebruikt in deze leeftijdscategorie en kan mogelijk veroorzaakt zijn door een onderregistratie van medicijngebruik in de MediGeit-database. Ook de SDa heeft geconstateerd dat er hiaten zitten in de MediGeit-database. De cijfers over het antibioticagebruik dienen daarom ook met enige voorzichtigheid te worden geïnterpreteerd. Voor wat betreft de berekening van de benchmark voor het antibioticagebruik, wordt geadviseerd om deze te baseren op de gegevens van alle Nederlandse melkgeitenbedrijven exclusief onwaarschijnlijk extreem hoge waarden.

Voor de doorontwikkeling van het overzicht, kan ervoor gekozen worden de sterke en verbeterpunten expliciet te noemen op het overzicht. Optioneel kan gedacht worden aan de weergave van signaal- en streefwaarden in de grafieken om geitenhouders te stimuleren hun sterftecijfers en antibioticagebruik onder een bepaald streefniveau te krijgen.

Validatie van LammerOpfokTool

In dit onderzoek zijn 31 bedrijven bezocht die zich vrijwillig hebben aangemeld. Het doel van deze bezoeken was na te gaan of de gekozen kengetallen in de LammerOpfokTool een goed beeld geven van de werkelijke lammergezondheid op het bedrijf door het resultaat uit de fysieke beoordeling van een dierenarts te vergelijken met het resultaat van de lammeropfoktool. Deelnemende bedrijven werden verdeeld over drie dierenartsen waarna elk bedrijf twee keer door dezelfde dierenarts werd bezocht: aan het begin van de aflammerperiode om de gezondheid van de lammeren op jonge leeftijd te scoren en een paar maanden later om de gezondheid van de lammeren op oudere leeftijd te scoren. Alle aspecten die tijdens de bezoeken zijn beoordeeld zijn gecombineerd tot een totaalscore op basis waarvan de bedrijven zijn ingedeeld als het hebben van een indicatie voor een hogere dan wel lagere lammergezondheid.

Er waren verschillen zichtbaar in de lammersterfte en in het antibioticagebruik tussen bedrijven met een hogere en dan wel lagere lammergezondheid. Ondanks dat er verschillen zichtbaar waren tussen bedrijven met een hogere dan wel lagere lammergezondheid, waren deze niet significant verschillend, doordat de variatie onder de deelnemers beperkt was. Doordat deelname afhankelijk was van vrijwillige opgave, is de kans groot dat er relatief weinig/geen bedrijven zich hebben aangemeld met een sterk verminderde lammergezondheid. Bij een eventuele implementatie van de LammerOpfokTool wordt daarom aanbevolen om het validatieonderzoek over enkele jaren nogmaals te herhalen waarbij de focus ligt op een zo hoog mogelijke variatie in lammergezondheid tussen bedrijven. Daarbij is het van belang om een voldoende aandeel bedrijven met zowel een zeer goede, gemiddelde als verminderde lammergezondheid te werven voor deelname. Tevens kan worden onderzocht in hoeverre nieuwe databronnen een toegevoegde waarde hebben binnen de LammerOpfokTool.

Financiering: PPS Versnelling verduurzaming melkgeitenhouderij

Meer informatie:

Artikel in het Vakblad Geitenhouderij nummer 3, 2024

Artikel in het Vakblad Geitenhouderij nummer 2, 2023

Artikel in het Vakblad Geitenhouderij nummer 5, 2022

Artikel in het Vakblad Geitenhouderij nummer 6, 2021